Bedrijfscultuur Martinair

Onder andere in documentaires over vliegrampen zie je dat in onderzoeken ook de bedrijfscultuur binnen een vliegtuigmaatschappij onderzocht.
In het onderzoeksrapport naar de Martinair crash van vlucht MP495 op het vliegveld van Faro mis ik verwijzingen naar de heersende management- en veiligheidscultuur binnen Martinair ten tijde van het ongeval met de DC-10 Anthony Ruys.

Er is voldoende reden om te pogen alsnog inzicht te krijgen in de destijds heersende cultuur binnen Martinair:

– In EenVandaag van 16 januari 2016 zegt een oud-technisch controller van Martinair dat vlucht MP495 op 21 december 1992 nooit had mogen vertrekken. De man tekende volgens het tv-programma onder grote druk een formulier waardoor de vervanging naar een latere datum werd verschoven.

Kan deze druk te maken hebben gehad met de naderende overdracht van de Anthony Ruys aan de Koninklijke Luchtmacht?

– Het officiële onderzoeksrapport vermeldt dat vertrek van de Anthony Ruys vanaf Schiphol met een defecte straalomkeerder tegen de regels was.

Daarnaast komt Martinair in latere jaren negatief in het nieuws:

– In de zomer van 1998 is er onrust over de hoge werkdruk van piloten van chartermaatschappijen, waarbij met name Martinair wordt genoemd.
De NRC van 6 augustus 1998 schrijft dat in de luchtvaart werkdagen van 16 uur zonder pauze zijn toegestaan!

In dezelfde krant staat ook:
‘De oorzaak van het tekort bij deze maatschappij is voornamelijk de achterstand in trainingen. Het betreft dan meerdaagse bijeenkomsten waar de piloten wordt geleerd om als cockpitbemanning beter met elkaar samen te werken (cockpit resource management). Hierdoor hoopt men de menselijke factor als mogelijk risico op een vlucht verder terug te dringen. Bij ongelukken en incidenten in het verleden blijkt die ‘human factor’ steeds weer een belangrijke rol te spelen.’

In Trouw van 7 augustus 1998 zegt de Martinair-woordvoerder:
“…De piloot moet zelf beoordelen of hij uitgerust genoeg is om de lucht in te gaan. Er zijn nu eenmaal situaties dat je plotseling een invaller nodig hebt. Een passagier heeft er geen boodschap aan als een piloot ziek of misselijk is. De passagier wil naar zijn bestemming.”

– Algemeen Dagblad in 2005: ‘Vliegtuigen gaan tegenwoordig met zo weinig kerosine de lucht in, dat ze grote problemen kunnen krijgen als ze moeten uitwijken. Calamiteiten bij ’omwegen’ kunnen niet meer worden opgevangen omdat er te weinig reservebrandstof is. Zo leidde het zuinige vliegen de afgelopen jaren bij Martinair in vier gevallen tot landingen met tanks die leger waren dan wettelijk is toegestaan.’

Vraag: is de in 1992 binnen Martinair heersende bedrijfscultuur nog te achterhalen?  Wie zou dit willen? Wie zou dit kunnen? Kunnen betrokkenen onder ede worden gehoord?

Omdat de gevolgen zo ingrijpend zijn…