Martinair en tekortschietende (psycho-sociale) nazorg

Op 7 november 1993 stuurt de Anthony Ruys Stichting een brief aan o.a. staatssecretaris voor de Volksgezondheid, de heer Simons,  over onder andere de tekortschietende psycho-sociale hulp na de Martinair crash in Faro.

Op 12 november 1993 stelt Mevrouw Achttienribbe-Buys over de tekortschietende hulp Kamervragen. Deze vragen worden op 14 januari 1994 beantwoord door Minister Hirsch Ballin.  Of voor beantwoording van deze vragen ook gesproken is met de getroffenen is niet duidelijk.

Minister Hirsch Ballin antwoordt o.a. dat de nazorg centraal gecoördineerd wordt door Martinair:
– ‘Huisbezoeken vinden nog steeds plaats, waarbij de medewerkers fungeren als klankbord en/of doorgeefluik naar Martinair.’
– ‘Tot nog toe wordt in voorkomende gevallen de bedrijfsarts of –psycholoog ingezet…’
– ‘Martinair benadert betrokkenen periodiek om te informeren naar lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de slachtoffers’

Telegraaf, 18 januari 1994

In een NOVA-uitzending van 20 december 1993  vertelt Martinair woordvoerder Udo Buys ongeveer hetzelfde verhaal.

Voor mij (Cor ten Hove) was deze nazorg-functie van Martinair nieuw. De, in mijn herinnering twee, telefoontjes in 1993 van een Martinair-medewerker had ik opgevat als  interesse. Niet als, zelfs maar poging tot, nazorg.

Er werd wel erg veel verwacht om Martinair als coördinerende hulpverlener te zien.
Martinair had daarvoor te veel verschillende petten op. Petten die ook nog eens strijdig waren met de (gezondheids-)belangen van de getroffenen, zoals:
– verantwoordelijke voor de crash,
– direct betrokkene bij de  schaderegeling en
beïnvloeder van de beeldvorming over de crash en de oorzaak van de crash.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omdat de gevolgen zo ingrijpend zijn…