“Als ge het nie wit, dan doede ut mee kit”
Brabants gezegde
In de maatschappij en ook gezondheidszorg staat dit gezegde voor mij als het beperkt (be-)oordelen en ‘makkelijk’ psychologiseren (somatoform! of ‘gedrag’) van klachten en beperkingen. Zelfs bij een (ook fysiek) complexe en belastende gebeurtenis als de Martinair crash in Faro.
De, juridische, na-fase bemoeilijkt het beoordelen verder.

Pagina aangepast: 26 juni 2026
Het basis-systeem van doorverwijzen-vanaf-de-huisarts heeft mij weinig geholpen.
Vooruitgangen die ík sinds de crash heb, zijn vooral dankzij mijn (lotgenoten-) netwerk: zo kwam ik ook in contact met professionals met kennis van zaken die verder wílden en kónden kijken dan ook hun directe aandachtsgebied.
In 2002 schrijf ik o.a.:
Voor mij is het de rode draad van de Nederlandse hulpverlening dat er onvoldoende aandacht is voor het individu en, dat er geen verbinding is tussen opeenvolgende schakels in de zorg.
Nu, in 2026, is dat voor mij in grote lijnen nog steeds zo.
Het Nederlandse gezondheidssysteem werkt solistisch en is vooral gericht op zichtbare klachten.
Consulten, onderzoeken en testen gebeuren vooral in niet-realistische situaties en geven daarmee vaak een vertekend beeld.
Nadruk lag en ligt vaak op ‘leer er maar mee leven’; met onvoldoende hulp om uit te zoeken wat ‘er‘ is.
Klachten en beperkingen zijn moeilijk te beoordelen
Klachten/beperkingen worden vooral ‘los’ bekeken en behandeld.
De onderlinge invloed van klachten/beperkingen is vaak te lastig om naar te kijken.
Behandelaars werken weinig samen en hebben vaak verschillende, soms strijdige, benaderingen/diagnoses. Waar je als patiënt zelf maar je weg in moet vinden.
Zoals bijvoorbeeld voor een deel van mijn breinbeperkingen: voor de één is dit een vergelijking met een luie spier die verbeterd kan worden door training, voor een ander (in mijn woorden) is training juist extra brein-belastend omdat er beschadigingen zijn aan het brein en training niet helpt.
Klachten/beperkingen worden onvoldoende benaderd vanuit de oorsprong van de klachten: de -fysieke- crash.
Door het ontbreken van een georganiseerde nazorg wordt er ook te weinig gekeken naar ervaringen van mede-getroffenen.
Het ‘psychische’ wordt te makkelijk als totaal-verklaring gebruikt.
De nadruk op uitdagingen en mogelijkheden (in plaats van problemen) beperkt verder het zoeken naar de oorzaak van de beperkingen. En beperkt daarmee uiteindelijk de mogelijkheden.
Klachten/beperkingen zijn na meer dan 30 jaar, vaak ongemerkt, deel van mijn leven zijn geworden.
Effecten van behandelingen/medicijnen en levensaanpassingen (activiteiten zoals bijvoorbeeld autorijden, klussen of muziek luisteren die ik niet/nauwelijks meer kan) worden nauwelijks meegenomen in een totaal-beoordeling van ‘huidige’ klachten.
Oplossingen die ik zelf heb gevonden voor een deel van mijn klachten/beperkingen zijn misschien negatief voor andere klachten. Zoals bijvoorbeeld mijn dagelijkse bewegings/spring-oefeningen: goed voor mijn conditie maar misschien slecht voor mijn brein?

Het ontbreken van kijken naar de samenhang (context) in de zorg is niet alleen mijn probleem.
Ook in de zorg zelf wordt het belang van context langzaam onderkend. Zie bijvoorbeeld de publicatie ‘Zonder context geen bewijs. Over de illusie van evidence-based practice in de zorg‘ (Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving, 2017)
Uit deze publicatie (pagina 63):
Een hoge werkdruk en de organisatie van zorg werken daarmee in de hand dat zorgprofessionals gemakkelijker terugvallen op richtlijnen en protocollen, en deze gebruiken om diagnostiek en therapie te rechtvaardigen ook als het achterwege laten hiervan gerechtvaardigd is.
Daarnaast zou moeten worden nagegaan wat het oplevert als de organisatie van de medisch-specialistische zorg wordt gekanteld van enkelvoudige disciplines naar multidisciplinaire teams die afgestemd zijn op de zorgbehoefte en situatie van patiënten. Vermindering van werkdruk en organisatorische aanpassingen leiden niet per definitie tot hogere zorgkosten als deze zich terugverdienen door minder diagnostiek en behandeling.
Op naar context-based benadering?
‘Een context-based practice vraagt om zorgprofessionals die ook luisteren naar hun cliënten, de onzekerheid durven omarmen en het gesprek aangaan over goede zorg.‘