FARO-RndR-2: De Verloren Jaren

Pagina aangepast 13 juli 2024

‘De Verloren Jaren’ 1993 – 1996.

In mijn boek (2002) beschrijf ik de periode 1993-1996 als ‘De Verloren Jaren’.
Nu (2022) en de afgelopen jaren is mij duidelijk geworden dat de periode 1993-1996 geen ‘verloren’ jaren waren, maar juist ‘fundamentjaren. In deze jaren is de basis gelegd waardoor ik mij nog steeds staande kan houden.

Deze jaren heb ik buiten doorverwijzing door Het Systeem om verschillende mensen / professionals ontmoet en vaardigheden geleerd die mij toen, in latere jaren en vaak tot op heden enorm goed helpen.
De persoon ván en het contact mét de trainer of de therapeut, maar ook bijvoorbeeld jurist,  is vaak belangrijker dan de training, therapie of begeleiding  op zich. Voel ik mij gezien en gerespecteerd als compleet mens, voel ik oprechte belangstelling?

Terugkijkend heb ik het grote geluk dat ik al vóór de crash bezig ben met ‘persoonlijke bewustwording’ e.d.. Dat maakt het voor mij makkelijker om hulp in brede zin te zoeken en te accepteren. De crash en de nasleep wordt daarmee ook een katalysator in dit proces van ‘persoonlijke bewustwording’.

In 1993 en later leer ik belangrijke vaardigheden zoals mijn gevoelens herkennen, toelaten en ervaren.
Deze vaardigheden ontwikkel ik in 1994 en 1995 verder en pas deze  praktisch toe in de training tegen vliegangst.
Vanaf 1995 heb ik een intensieve neuro-psychologische begeleiding, met een parallel sport-programma.
Door al deze ervaringen sta ik open voor de succesvolle en ook leerzame Psychotrauma/PTSS-behandeling van 1997 tot 2002 waardoor ik weer beter kan omgaan met de ramp-na-de-ramp en mijn tot heden voortdurende gezondheidsklachten/onzekerheid.

Bijna dagelijks maak ik nog gebruik van ‘herkennen, toelaten en ervaren van mijn gevoelens’.

Dit is een soms onverwacht, vaak pijnlijk maar meestal bevrijdend proces dat mij helpt om minder door mijn emoties overgenomen te worden.
De laatste jaren lijk ik steeds meer ‘af te vlakken’; het wordt moeilijker mijn gevoelens en emoties te ervaren.

De vaak frustrerende en zieker makende ‘wil-je-er-over-praten’- contacten mét en ‘ga-leuke-dingen-doen’-adviezen ván goed-bedoelende maar niet-begrijpende artsen en anderen ging en probeer ik steeds meer mijden.
Veel van het praten met artsen en andere behandelaars blijft in het verstandelijke, bijna debatterende. Een open gesprek ontbreekt meestal. Daarmee zetten voor mij, mijn klachten zich steeds verder vast.

Ik heb gemerkt dat er pas een kans is op succesvolle behandeling of helend gesprek, wanneer ik een behandelaar (of wie dan ook) mijn klachten herkent en dat ik de klachten vooral maar hoef toe te lichten; in plaats van de behandelaar te moeten overtuigen van mijn klachten en beperkingen.

De voor mij succesvolle trainingen/behandelingen hadden drie gemeenschappelijke delers:
– een gevoel van werkelijke wederzijdse belangstelling / contact,
– de trainers/behandelaars waren ook actief bezig met het verder vormgeven/bijschaven van hun training/behandeling, en
– zij deelden ook kennis met mij. Begrijpen is voor mij essentieel.

 

Crash, oorzaken en na-fase zijn complex en ingrijpend